Vissen met Beleid 2019


Debat­bij­drage

4 november 2019

Inbreng fractie Partij voor de Dieren bij Commissie Watersysteem bijeen op 4 november 2019 inzake agendapunt ‘Vissen met Beleid 2019’

Geachte commissieleden,

In de voorliggende beleidsnota ‘Vissen met beleid’ (hierna: de beleidsnota) wordt meermaals gesproken over ‘het huis van de vis’. Ik weet niet hoe het bij u zit, maar voor mij is mijn huis een plek die veilig is en waar ik mezelf veilig kan voelen. Het ‘huis van de vis’ heeft echter een totaal andere invulling in de beleidsnota. In het ‘huis van de vis’ kan namelijk op de vis worden gejaagd door de mens en het huis van de vis worden vervuild door de mens. Het ‘huis van de vis’ is dus voor de vis zeker geen veilige plek. In mijn betoog zal ik om voorgaande redenen dus niet meer spreken over hengelsport, maar over ‘hengeljacht’.

Ik nodig u uit om de ‘vis’ in deze beleidsnota te vervangen door ‘hond’ of ‘kat’. Hoe zou deze beleidsnota dan bij u zijn geland? Waarschijnlijk had u de beleidsnota na één pagina lezen al verworpen. Wat maakt het anders wat betreft de vis? Vissen worden net zoals andere dieren in de Wet Dieren beschouwd als wezens met gevoel en bewustzijn. Zij hebben volgens art. 1.3 van deze wet een eigen intrinsieke waarde waarmee ‘ten volle rekening moet worden gehouden’. Inmiddels staat daarnaast onomstotelijk vast dat vissen hoogontwikkelde, complexe gewervelde dieren zijn met gevoel en bewustzijn, die gevoelens van pijn, angst en stress kunnen ervaren. Dit is niet alleen het standpunt van de Partij voor de Dieren, maar ook die van hoogleraar organismale dierfysiologie prof. dr. G. Flik aan de Radboud Universiteit Nijmegen, dr. F. Smit van de Dierenbescherming en van de Vissenbescherming. Ook de Nederlandse Raad voor Dieraangelegenheden (RDA, een onafhankelijke raad van deskundigen) concludeerde in 2018[1]dat er langzamerhand brede overeenstemming is over het feit dat vissen wezens zijn met gevoel, en dat dat een zorgplicht voor de samenleving met zich meebrengt. Volgens de Raad hebben wij een morele verantwoordelijkheid om rekening te houden met dieren en hun welzijn, gezondheid en integriteit. Ook onderzoekster dr. L. Sneddon[2]van de University of Liverpool stelt naar aanleiding van haar onderzoek dat er meer dan genoeg bewijs is dat aantoont dat vissen hoogstwaarschijnlijk pijn voelen.

Vissen zijn dieren die bovendien heel sociaal zijn en relaties aangaan, een indrukwekkend lange termijn geheugen hebben en een lerend vermogen hebben dat vergelijkbaar is met dat van primaten en zoogdieren. Het welzijn van de vis wordt tijdens de hengeljacht op meerdere punten geschonden:

  1. Het begint ermee dat de vis in het aas bijt en dan ineens een haak in zijn bek of keel voelt.
  2. De vis begint meteen te spartelen en probeert weg te zwemmen om die haak kwijt te raken. De vis raakt in de stress.
  3. Grotere vissen moeten het zogenaamde ‘gevecht’ aangaan met de hengelaar die de vis geleidelijk aan op de wal probeert te trekken. Dat is voor de vis een uitputtend en stressvol ‘gevecht’.
  4. De vis wordt vervolgens aan zijn bek uit het water getrokken en belandt, met zijn volle gewicht hangend aan de haak, in de lucht, waar de vis niet normaal kan ademen. Hier begint een langzame verstikking van de vis.
  5. Vervolgens wordt de vis beetgepakt en ontdaan van de haak in zijn bek of keel.
  6. Vaak moet de vis daarna nog worden opgepakt en gefotografeerd.
  7. Vervolgens kan de vis nog een tijd in een zogeheten leefnet worden opgesloten, samen met andere vissen. Ook hier ervaart de vis schadelijke stress en angst.
  8. Bij wedstrijdvissen wordt de vis tenslotte nog eens opgemeten en gewogen. Vissen kunnen alsnog doodgaan aan hun verwondingen en aan de stress die zij hebben ondergaan na weer te zijn teruggezet.

Samenvattend kan gesteld worden dat de hengeljacht vissen pijn, angst, stress en verwondingen toebrengt, puur en alleen voor het plezier van de hengeljager, de hengeljacht dient geen enkel ander doel. Er zijn volop andere manieren waarop hengelaars hun liefde voor natuur, dieren of voor de stilte aan de waterkant kunnen uiten, waarbij geen dieren worden mishandeld. Hengelen hoort thuis in het rijtje van palingtrekken, ganstrekken, katje knuppelen of hanen kogelen: andere vormen van ‘vermaak’ met dieren, waarvan we inmiddels beseffen dat die barbaars zijn en die nu verboden zijn.

Naast de gevolgen voor vissen, zijn er ook gevolgen voor andere dieren. Een ernstig gevolg van de hengeljacht waaraan weinig wordt gedacht, is de vogelsterfte. In veel vogels worden namelijk vishaken en vislood aangetroffen. De vogels pikken de loodbolletjes op die ze aanzien voor steentjes of grit. Het lood lost langzaam in de maag op en komt via het bloed in de rest van het lichaam terecht, waardoor de vogels een pijnlijke dood sterven. Soms zit aan de loodbolletjes nog een stuk vislijn. Wanneer de vislijn ergens achter blijft haken sterft de vogel een ellendige dood. De vogelasielen worden regelmatig met de slachtoffers hiervan geconfronteerd.

Naast de gevolgen voor vissen en andere dieren, zijn er ook gevolgen voor het milieu. Vaak blijven vislood en lokvoer achter in het water. Lood is een metaalsoort die ‘cumuleert’: lood breekt niet af maar blijft aanwezig in het milieu en stapelt zich in de loop der jaren op in het water. In sommige gevallen kan lood bovendien schadelijke, giftige effecten hebben op mens, dier en milieu. Het is niet voor niets dat brandstoffen loodvrij zijn en lood ook in veel andere producten is uitgebannen. Lood is een schadelijke stof die met name het zenuwstelsel aantast. Langdurige blootstelling aan hoge concentraties veroorzaakt onder meer bloedarmoede, nierschade, depressies en geheugenverlies. Bij geringe blootstelling kan lood leerproblemen, hyperactiviteit, gehoorverlies en vertraging in de lichamelijke ontwikkeling veroorzaken. Over lokvoer is ook veel te zeggen. Vaak wordt gedacht dat de visser met één made aan zijn hengel of een stukje brood toch niet zoveel invloed kan hebben op de waterkwaliteit. De praktijk laat zien dat er vele kilo’s lokvoer in het water worden gegooid om meer vissen naar een bepaalde plek te lokken en ze dikker en groter te maken voor de vangst. Ook binnen de hengeljacht zijn er mensen die vermoeden dat dit bijdraagt aan het ontstaan van blauwalg en botulisme.

Het zal u niet verbazen dat de Partij voor de Dieren wil dat de hengeljacht stopt. Waterschap Rivierenland (hierna: het waterschap) kan een grote rol spelen in het stoppen van de hengeljacht door te stoppen met het uitgeven van visrechten en het stoppen met het inrichten van het water en de waterkant voor hengeljacht. Op de voorliggende beleidsnota is in het licht van het voorgaande e.e.a. te vragen en op te merken, graag loop ik deze vragen en opmerkingen puntsgewijs even met u door.

1. Onrechtmatig vissen

In de huidige beleidsnota ‘Vissen met beleid’ uit 2009 is opgenomen dat alle visrechthebbenden en toestemminghouders in het beheergebied van Waterschap, onafhankelijk van het eigendom van een water, verplicht zijn een visplan op te stellen. Dit is vanaf 2010 geregeld in de Keur. In art. 3.12 lid 1 is opgenomen dat de in het beheergebied van het waterschap functionerende visstand beheer commissie aan het bestuur een visplan overlegt mede ten behoeve van de ecologische kwaliteit van de oppervlaktewaterlichamen. In lid 2 is opgenomen welke onderdelen er onder andere in het visplan worden opgenomen. In lid 3 is opgenomen dat de visplannen de goedkeuring behoeven van het bestuur, welke wordt gegeven binnen acht weken na de indiening van het visplan bij het bestuur. In lid 4 is tot slot opgenomen dat het verboden is de binnenvisserij uit te oefenen in de oppervlaktelichamen die door de waterbeheerder zijn aangewezen, anders dan op basis van en in overeenstemming met het visplan.

Uit navraag bij het bestuurssecretariaat volgt dat het huidige visplan, het visplan van 2014-2016 betreft. In dit visplan is expliciet opgenomen dat het visplan een looptijd van drie jaar heeft. Dat betekent dat er inmiddels bijna drie jaar geen geldig visplan ligt, hetgeen ingevolge art. 3.12 lid 4 van de Keur wel wordt vereist. De fractie van de Partij voor de Dieren kan niet anders concluderen dan dat dus al bijna drie jaar onrechtmatig wordt gevist.

De fractie van de Partij voor de Dieren roept het Waterschap per direct op de hengeljacht door sport- en beroepsvissers te laten stopzetten en te onderzoeken wat dit voor een gevolgen heeft voor de verleende visrechten.

2. Vissen op de aal

(Pagina 11-12 en 27)

In de onderhavige beleidsnota is opgenomen dat een van de maatregelen van het Nederlandse Aalbeheerplan is dat er een verbod is op recreatieve visserij, gebruikmakend van professionele vistuigen. In een artikel van Omroep Gelderland op 25 oktober jl. wordt ingegaan op een mysterie rondom geknakte palingen[3]. Het is onduidelijk waar dit mysterie door ontstaat en RAVON en Sportvisserij Nederland[4]gaan onderzoeken hoe dit komt en wat de impact hiervan is op de palingstand in de rivieren. Als oorzaak wordt gedacht aan gemalen, waterkrachtcentrales en scheepsschroeven, maar heel precies is dat nog niet eerder uitgezocht.

  • Hoeveel alen hebben we nog?
  • Hoeveel alen worden er gevangen binnen het Waterschap?
  • Hoeveel worden er geknakt aangetroffen?
  • Het voorgaande in acht nemend, waarom wordt er door het waterschap niet voor gekozen om het jagen op de aal te stoppen door bestaande overeenkomsten en schriftelijke toestemmingen voor het aalvisrecht niet meer te respecteren?
  • Gaat u dit alsnog meenemen in de beleidsnota?

3. Renovatie aan gemalen en visveiligheid

(Pagina 20)

Bij renovatie aan gemalen wordt er in principe een visveilige pomp/vijzel aangebracht, mits dit technisch en financieel haalbaar is.

  • Wat is financieel haalbaar en waarom wordt dit als criterium gebruikt?
  • Wat is technisch niet haalbaar?
  • Indien in een later stadium alsnog blijkt dat het aanbrengen van een visveilige pomp/vijzel technisch haalbaar is, wordt dit dan alsnog gedaan?
  • Gaat u dit alsnog meenemen in de beleidsnota?

4. Melden vissterfte

(Pagina 22)

Iedereen kan vissterfte melden bij het reguliere calamiteitenmeldpunt van Waterschap bij 0344 - 64 90 90.

  • 4a: Kan dit meldpunt worden uitgebreid in gevallen van dreigende vissterfte, zoals bij (dreigend) droogstaan van beken? Dit staat nu nog niet expliciet vermeld op de website.
  • 4b: In de beleidsnota is geen rekening gehouden met aanhoudende droogte, die droogval van wateren kan veroorzaken, hetgeen een gigantische impact op de visstand kan hebben. In Limburg[5] is afgelopen jaar geadviseerd om niet te gaan vissen in een periode van extreme warmte, omdat de vissen dan erg kwetsbaar zijn. Gaat u dit alsnog meenemen in de beleidsnota?

5. Waar vissen

(Pagina 24)

Het uitgangspunt dat in de beleidsnota staat geformuleerd is dat gevist mag worden in wateren van het waterschap, mits dit gebruik niet in strijd is met de aan het water toegekende functies.

  • Zijn er positieve gevolgen van hengeljacht?
  • Kunt u situaties benoemen waarin de hengeljacht niet schadelijk is voor de waterkwaliteit?
  • Gaat u de formulering in de beleidsnota aanpassen ‘vissen in wateren is verboden, tenzij?’

6. Maximale wettelijke looptijd huurovereenkomst/schriftelijke toestemming/machtiging

(Pagina 26)

In het waterbeheerprogramma van 2016-2021 is verwoord dat – in het licht van de KRW-maatregelen – de effecten op de waterkwaliteit jaarlijks worden gemonitord. In het waterbeheerprogramma is overigens ook verwoord dat in 2014 ten opzichte van 2009 voor vis en de overige waterflora een afname in waterlichamen die ‘goed’ scoren werd gezien.

  • Hoe is dat nu?
  • In 2027 moeten wij voldoen aan de KRW-doelstellingen, waarom worden de wettelijke looptijden van de huurovereenkomsten/schriftelijke toestemmingen/machtigingen niet voor maximaal een jaar toegekend in plaats van de nu geldende zes jaar respectievelijk 3 jaar? Is dit efficiënt voor het behalen van onze KRW-doelen?
  • Gaat u dit nog aanpassen in de beleidsnota?

7. Aanbieden vrijliggende en vrijkomende schubvisrechten aan een overkoepelende sportvisserijorganisatie, die al visrechten huurt in de desbetreffende visserijkundige eenheid

(Pagina 27)

  • Waarom biedt u deze aan, bent u hiertoe verplicht?
  • Gaat u aanpassen in de beleidsnota dat vrijliggende en vrijkomende schubvisrechten niet meer worden aangeboden?

8. Waterschap legt het accent op de handhaving van de beroepsvisserij

(Pagina 29)

  • Waarom wordt het accent alleen gelegd op het handhaven van beroepsvisserij?
  • Gaat u dit alsnog aanpassen in de beleidsnota?

9. Goedkeuring visplannen

(Pagina 31)

In het convenant VBC Rivierenland uit 2012 is opgenomen dat er vier vertegenwoordigers uit de sportvisserij en vertegenwoordigers uit de beroepsvisserij in het VBC deelnemen en dat de voorzitter al dan niet onafhankelijk is.

  • Hoe wordt het welzijn van vissen meegenomen bij het opstellen van een visplan, hoe gaat dit binnen de VBC?
  • Gaat u er zorg voor dragen dat de welzijnsbelangen van vissen worden vertegenwoordigd en meegenomen door de VBC, bijvoorbeeld door het laten vertegenwoordigen van dierenwelzijnsorganisaties?
  • Waarom wordt een visplan niet voorgelegd aan het AB? Is dat gedelegeerd aan het CDH en zo ja, waar is dat vastgelegd?
  • Gaat u alsnog aanpassen in de beleidsnota dat visplannen aan een adviescommissie van het waterschap ter advisering worden voorgelegd en daarna ter besluitvorming aan het AB worden voorgelegd?

10. Uitzetten karper

(Pagina 32 en 33)

De uitzet van karpers is vanuit ecologisch perspectief of het zo goed mogelijk functioneren van het watersysteem niet noodzakelijk. Sterker nog, de uitzet van karpers kan botsen met de zorg voor een goede waterkwaliteit en dient ervoor om een voldoende aantrekkelijk karperbestand aanwezig is voor de sportvissers. Dit staat zelfs vermeld op de website van Sportvisserij Nederland[6]en de website van de Unie van Waterschappen[7].

Samenvattend: de enige reden die er is om de karper uit te zetten is om de pleziertjes van de hengeljacht te kunnen dienen. Blijkbaar wordt dit normaal gevonden en een must, zelfs als dit negatieve consequenties kan hebben voor de waterkwaliteit en voor andere vissoorten en kwaliteitselementen (macrofyten, algen, macrofauna, algemene fysische-chemie[8]).

  • Jagen op uitgezette karpers vertoont grote gelijkenis met canned hunting. [Oftewel ingeblikt jagen, wat tot op heden in Afrika plaatsvindt. Leeuwen worden gefokt op boerderijen en met de hand grootgebracht en vervolgens uitgezet in omheind terrein zodat jagers ze (al dan niet door aantrekking via aas) kunnen doodschieten.]. Kunt u bevestigen dat karpers worden uitgezet voor het plezier van de hengeljacht?
  • Hoe kan het waterschap dit moreel verantwoorden?
  • Gaat u het uitzetten van de karper een halt toeroepen en dit aanpassen in de beleidsnota?

11. Vervuiling door lood

(Pagina 35)

In mijn inleiding heb ik de nadelige gevolgen van lood al toegelicht. Het verbaast mij daarom dat het Waterschap ervoor kiest om het gebruik van lood af te bouwen en niet per direct te stoppen.

  • Waarom kiest waterschap er niet voor om het gebruik van lood per direct te stoppen?
  • Gaat u dit alsnog opnemen in de beleidsnota?

12. Aantallen dode vissen

Hoeveel vissen worden er gedood onder het toezicht van Waterschap, om hoeveel slachtoffers gaat het?


[1] https://www.rda.nl/publicaties/zienswijzen/2018/03/07/welzijn-van-vissen-verdient-meer-aandacht-van-overheid-en-andere-betrokken-partijen

[2] https://royalsocietypublishing.org/doi/full/10.1098/rstb.2019.0290

[3] https://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2428015/Groot-onderzoek-naar-mysterie-van-geknakte-palingen

[4] https://www.sportvisserijnederland.nl/actueel/nieuws/20930/knakaal-in-kaart.html

[5] https://www.kerkrade.nl/wonen-en-leven/nieuws_3169/item/vissen-in-nood-door-warmte-advies-om-momenteel-niet-te-vissen_7160.html

[6] “(…) het uitzetten van karper door de sportvisserij kan botsen met de zorg voor een goede waterkwaliteit door de waterbeheerder, omdat karper in bepaalde gevallen een negatief effect kan hebben op de waterkwaliteit (…)”, https://www.sportvisserijnederland.nl/vis-water/karperbeheer/richtlijnen-voor-uitzet-karper.html

[7] “(…) Voor veel sportvissers is het vangen van een zware karper de ultieme uitdaging. Hengelsportverenigingen komen hieraan tegemoet door karpers uit te zetten. Maar een karper kan in bepaalde gevallen een negatief effect hebben op de waterkwaliteit. Om dit te voorkomen hebben de waterbeheerders samen met Sportvisserij Nederland gewerkt aan richtlijnen. (…) Het doel is dat er binnen een regio voldoende aantrekkelijke karperbestanden aanwezig blijven voor sportvissers (…).”, https://www.uvw.nl/verantwoord-karper-uitzetten-met-nieuwe-richtlijnen/

[8] https://www.sportvisserijnederland.nl/files/richtlijn-uitzet-karper-15-02-2016_11027.pdf