Koeien zijn niet belang­rijker dan mensen


Debat­bij­drage

18 februari 2022

Voorzitter, de Partij voor de Dieren is zeer teleurgesteld in de uitgangspunten voor het nieuwe peilbesluit Alblasserwaard. Het college zou het rapport ‘Stop bodemdaling in veenweidegebieden’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur betrekken bij deze discussie. Helaas sluiten de uitgangspunten totaal niet aan bij de aanbevelingen uit dit rapport.

Het college voorziet in de maximale drooglegging van 60 cm, ondanks dat uit het advies van de Raad volgt, dat het peil zou moet worden verhoogd tot 20 cm onder het maaiveld. Ook de maaiveldanalyse die Fugro in opdracht van ons waterschap heeft uitgevoerd toont aan dat bodemdaling en waterpeil in ons gebied in de praktijk samenhangen.

Daarnaast concludeert het college, ten onrechte, dat “[...] de maaivelddaling op de locatie van onderbemaling niet wezenlijk verschilt van de maaivelddaling in omliggende gebieden [...]”, terwijl de Fugro waarschuwt dat er een aantal onderbemaalde gebieden met extreme daling zijn weggefilterd uit de analyse.

Het college wil slechts een kleine stap vooruit zetten, door de winterpeilen, die meestal 10 cm lager zijn dan de zomerpeilen, af te schaffen, maar tegelijkertijd gaan ze wel de peilmarges van 5 naar 10 cm wil vergroten, waardoor feitelijk exact dezelfde seizoensverschillen als nu mogelijk blijven, en daarbij worden winterpeilen ook nog eens langzamer verhoogd dan dat de peilmarges worden vergroot.

Er zijn grote stappen in dit gebied nodig, maar ik snap dat wij die niet allemaal uit eigen initiatief kunnen zetten. Wat ik het college kwalijk neem, is dat ze na het zetten van dat kleine stapje vooruit ook meteen een streep in het zand trekken en zeggen ‘zo, en nu hoeven we de komende 10 jaar niets meer’.

Doordat bodemdaling niet serieus wordt bestrijden stoot het veen veel CO2 uit en daarmee ontstaat klimaatschade voor de hele maatschappij. Daarnaast lijdt het verlaging van peilen ook tot verhogen van kosten voor waterbeheer, zo heeft de raad voor de leefomgeving becijfert. Kosten die gemaakt worden voor de landbouw, maar grotendeels buiten de landbouw terecht komen.

Een voorbeeld van die kosten is de kadeversterking in de A5H waar we het zodadelijk over gaan hebben, die door het college als 'fors' is omgeschreven, en waarvan de heemraad tijdens de commissie watersysteem ‘inklinking van de bodem’ als één van de oorzaken noemde. En dan hebben we het nog niet gehad over de private schade die burgers ondervinden als door bodemdaling hun huizen verzakken, we hebben net gehoord en besproken hoeveel leed dat onder inwoners van het gebied kan opleveren.

Het college kiest nadrukkelijk voor een aanpak gericht op het mogelijk houden van het huidige grondgebruik in de landbouw, ondanks dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur juist concludeert dat grote veranderingen in de landbouw nodig zijn.

Als Partij voor de Dieren houden wij graag rekening met zowel de belangen van mensen als van dieren, maar bij dit voorstel lijkt dat het college koeien veel belángrijker te vinden mensen. Daar gaat ons toch ook wel te ver, we zullen dan ook tegen het voorstel stemmen.